In een zet die niemand verraste behalve de Taliban, heeft de machtsovername van Kabul in 2021 gevolgen gehad. Voor drie zussen, nu terug in Afghanistan na deportatie uit Iran, is het een les in de kracht van hoop - en de absurditeit van een regime dat meisjes de school verbiedt, maar onvermijdelijk opgeleide vrouwen nodig zal hebben om, je weet wel, te functioneren.

Op die noodlottige 15 augustus 2021 zat Shallah* (toen 16) naar Tolo-nieuws te kijken toen ze de val zag. Ze rende huilend naar de tuin. Fatimah* (toen 11) begreep niet wat een 'machtsovername' betekende. Maahi* (toen 22) wist precies wat het betekende - haar handen trilden terwijl ze het nieuws op Facebook las op haar werk. Ze woonden in Qom, Iran, en hadden Afghanistan zes jaar eerder verlaten voor vrede en onderwijs. Maar ze waren ongedocumenteerd en leefden op geleende tijd.

De zussen klampten zich aanvankelijk vast aan de hoop dat de Taliban veranderd was. Twintig jaar kan immers wonderen doen voor een reputatie, vooral als je vrouwenrechten en meisjesonderwijs belooft. Ondertussen zijn sinds het begin van het jaar meer dan een miljoen Afghanen gedeporteerd uit Iran en Pakistan, waarvan ongeveer 400.000 alleen al uit Iran. De familie van de zussen was daaronder, nadat hun vader in mei was vastgezet, gevolgd door Maahi en hun moeder toen ze hem gingen zoeken.

Hun verhaal is een weefsel van bureaucratische absurditeit en veerkracht. Geboren in Iran, keerden ze in 2010 terug naar Afghanistan voor onderwijs, om in 2017 weer naar Iran te vluchten toen de oorlog escaleerde. Iran had zijn onderwijsbeleid voor Afghaanse vluchtelingen versoepeld, maar met een leeftijdsgrens: alleen jongeren onder de 20 mochten studeren. Maahi was 21, dus zij werkte om haar familie te onderhouden terwijl haar zussen studeerden.

School in Iran was geen pretje voor Afghaanse kinderen. Fatimah herinnert zich dat Iraanse studenten altijd hogere cijfers kregen en dat directeuren excuses zochten om Afghaanse uniformen te bekritiseren. Shallah werd 'afghani' genoemd - de munteenheid, niet de nationaliteit - en huilde bij de bushalte. Toen ze op 12-jarige leeftijd de beste van haar klas was, beweerde de schooldirecteur dat er een fout was gemaakt en gaf de prijs aan een Iraans meisje. Want niets zegt 'onderwijs' als het ontkennen van de prestatie van een kind op basis van nationaliteit.

Toen het decreet in 2025 afliep, kreeg Fatimah (toen 14 en in groep 8) te horen dat alleen Iraniërs en gedocumenteerde Afghanen zich konden inschrijven. De timing viel samen met een golf van anti-Afghaanse xenofobie, met beschuldigingen dat Afghanen Israël hielpen bij aanvallen. Deportaties namen toe en het gezin belandde in Herat, Afghanistan.

Nu blijven de zussen thuis uit angst voor de 'zedenpolitie' en hun harde optreden tegen kledingvoorschriften. In juni werden twee mensen gedood in de provincie Herat tijdens protesten tegen arrestaties van vrouwen vanwege kledingvoorschriften. Maar de zussen volgen informele privélessen en betalen 2.500 afghani (£28) per maand uit hun spaargeld. Geen diploma's, maar hoop.

Maahi studeert Duits en droomt ervan de middelbare school af te maken en te emigreren. 'Ik ben niet iemand die wacht op wat de toekomst brengt,' zegt ze. 'Ik ben iemand die mijn toekomst maakt door kansen te achtervolgen.' Shallah, de enige met een middelbareschooldiploma, overweegt buitenlandse universiteiten. 'Zonder deze hoop zou mijn leven nu al voorbij zijn,' zegt ze.

Fatimah heeft haar certificaten naar de Iraanse autoriteiten gestuurd, in de hoop terug te kunnen keren, maar er is geen reactie. Ze gelooft nog steeds dat verandering mogelijk is: 'Ik geloof dat de Taliban op een dag de vrouwen nodig zal hebben om opgeleid te zijn. Ze zullen vrouwelijke artsen nodig hebben om de zieken en zwangere vrouwen van hun familie te behandelen. Dus ze zullen uiteindelijk geen andere keuze hebben dan ons toe te staan te studeren.'

We kunnen alleen maar hopen dat ze gelijk heeft, want anders ziet de toekomst van de Taliban er zowel somber als onderbezet uit.