Deze tijd van het jaar is er vaak een sinister uitziende substantie te zien langs de Britse kust: een schuimlaag opgestapeld langs de kustlijn of in lange linten op zee. Mensen denken soms dat dit schuim het gevolg is van vervuiling of lozing van rioolwater. In werkelijkheid is het een veelvoorkomend natuurverschijnsel, veroorzaakt door een combinatie van algen en weer.

Zeewieren beginnen in april te groeien naarmate de omstandigheden warmer worden. De meest voorkomende soort, phaeocystis, is niet giftig en maakt deel uit van de mariene voedselketen. Wanneer de algenbloei afsterft, blijft er een bruin laagje organisch materiaal achter met oppervlakteactieve eigenschappen, die, net als zeep, de oppervlaktespanning van het water verlagen. Deze natuurlijke oppervlakteactieve stoffen creëren schuim wanneer het water wordt verstoord. Brekende golven karnen het water op en produceren geelbruin schuim langs de kustlijn. Dit kan zo overvloedig zijn dat fragmenten rondwaaien als pluizen.

Wind die over de zee waait, creëert roterende horizontale cilinders van water, als ondergedompelde deegrollers. Deze roterende stromingen, bekend als Langmuir-circulatie, duwen water op de ene plek naar beneden en op een andere omhoog. Zeeschuim verzamelt zich in lange parallelle lijnen in de kalme gedeelten, bekend als windrijen, schuimlijnen of drijflijnen. Zeeschuim ziet er misschien onnatuurlijk en lelijk uit, en het ruikt soms vies. Maar het is over het algemeen natuurlijk en onschadelijk.