Het dodental van de aanval van vrijdag op Binnari, een afgelegen dorp in de noordoostelijke Nigeriaanse deelstaat Taraba, is gestegen tot minstens 48, zo heeft de politie aan de BBC laten weten - een aanzienlijke neerwaartse bijstelling van de oorspronkelijke telling van 10, een van die getallen waarbij je je afvraagt of de eerste hulpverleners lichamen aan het tellen waren of gewoon aan het scannen.

Gewapende mannen op motorfietsen overvielen het dorp, plunderden winkels en staken huizen in brand. Woordvoerder van de staatspolitie Victor Mshelizah zei dat er zondag meer lichamen zijn gevonden, waarbij sommige slachtoffers zijn verdronken terwijl ze probeerden te ontsnappen aan de aanvallers en anderen in nabijgelegen struiken zijn gedood. De Nigeria-directeur van Amnesty International, Isa Sanusi, zei dat zijn organisatie 52 doden had bevestigd, op basis van bronnen ter plaatse en leden van de lokale gemeenschap - want wanneer de officiële telling en de mensenrechtentelling het niet eens zijn, zijn het meestal de locals die het rekenwerk hebben gedaan.

De aanval vond plaats net na het middaggebed van moslims en de ravage duurde tot vier uur. De staatspolitie trof aanvankelijk 10 lichamen met schotwonden aan nadat agenten op een noodoproep hadden gereageerd. De aanvallers waren gevlucht tegen de tijd dat de agenten arriveerden, maar patrouilles gingen door om de rust te herstellen. "We waren in staat de onbekende gewapende mannen te verspreiden, hoewel er aan hun kant en de onze geen slachtoffers waren omdat het terrein moeilijk is en zij gewend zijn aan het terrein," zei assistent-superintendent van politie Victor Mshelizah - een zin die erin slaagt zowel een operationele update te zijn als een stille erkenning dat de slechteriken de buurt beter kennen dan de agenten.

Gemeenschapsleider Malam Abubakar Saifullahi vertelde AFP dat de aanvallers arriveerden op ongeveer 50 motorfietsen, met twee man per stuk. "Ze plunderden winkels en namen contant geld, voedsel en andere proviand mee," zei hij. "Ze namen ook motorfietsen mee die door vluchtende mensen waren achtergelaten." Overlevende Isiyaku Musa vertelde AFP: "Mensen renden in verschillende richtingen om aan de aanval te ontsnappen. Niemand wist waar het veilig was om naartoe te gaan." Een andere overlevende, Sa'idu Nuhu, zei dat sommige mensen nog steeds vermist werden. Sanusi van Amnesty zei dat de NGO met rouwende families had gesproken die melding maakten van tot 50 doden, en merkte op: "De eerste begrafenis had 37 mensen." Hij riep op tot een onpartijdig onderzoek en beschuldigde de autoriteiten ervan landelijke gemeenschappen "aan de genade van gewapende mannen over te laten die herhaaldelijk wreedheden met straffeloosheid plegen."

Delen van noordoostelijk Nigeria worden al jaren geteisterd door geweld van jihadistische groepen en gewapende bendes die gemeenschappen overvallen, inwoners ontvoeren en losgeld eisen. Soortgelijke gewapende groepen zijn actief in het noordwesten en de centrale regio's. De laatste aanval komt terwijl Nigeria zich voorbereidt op verkiezingen volgend jaar, waarbij onveiligheid naar verwachting een prominente rol zal spelen in politieke debatten - want niets houdt een kandidaat zo scherp als een dodental dat zichzelf blijft opwaarts bijstellen.