Een baanbrekend nieuw verslag van de revolutie van 1979 plaatst de huidige gebeurtenissen in context. Zoals Wordsworth in Parijs na 1789 ontdekte, zijn revoluties diep fascinerend. Er is niets zo gedurfd, zo opofferingsgezind, zo moedig, zo wreed als een revolutionaire menigte. Bovendien hebben revoluties de moderne wereld gevormd. De Europese Unie is getransformeerd door de omverwerping van het marxisme-leninisme in Oost-Europa, terwijl de bijna-revolutie op het Tiananmenplein in 1989 tot op de dag van vandaag de neurosen van de Chinese Communistische Partij voedt.

Toch is het in sommige opzichten een revolutie van tien jaar eerder die nog vormender is geweest voor onze tijd: de omverwerping van de sjah in Iran. Dat was inderdaad een echt revolutionair archetype naar het model van 1789: barricades op straat, menigten gewapend met oude jachtgeweren en keukenmessen die het opnemen tegen tanks (uiteraard Brits); paleizen, kazernes en hoofdkwartieren van de geheime politie bestormd en geplunderd, de uniformen van de zogenaamde 'Onsterfelijken' van de sjah op de grond, in totale paniek achtergelaten. Ik kwam zelfs het ultieme revolutionaire beeld tegen: het lijk van een ongelukkige agent dat aan een lantaarnpaal hing. Preutsheid bij de BBC in Londen betekende dat de opname niet werd gebruikt.