Opzij, gezicht. De hoofdhuid is het nieuwe front van consumentenobsessie, en merken zijn daar dolgelukkig mee. Volgens Desmond Tobin, hoogleraar dermatologische wetenschap aan University College Dublin, zijn we getuige van de 'skinificatie' van de hoofdhuid. Na jaren van obsessie over de gezichtshuid, hebben we eindelijk opgekeken en gedacht: 'Wacht, hoe zit het daarboven?'

En daar komt de golf van producten: hoofdhuidscrubs, zuurexfolianten, diepreinigende shampoos - allemaal beweren ze de hoofdhuid te 'detoxen' en beloven ze alles van glanzender haar tot betere haargroei. Tobin, met de vermoeide toon van iemand die dit eerder heeft gezien, merkt op: 'Het is duidelijk een zakelijke kans. Als merken iets hebben dat werkt op de huid, kunnen ze het misschien doorrollen. Het gaat snel en goedkoop naar een andere productlijn.'

Maar hier zit de kneep: Tobin zegt dat hij het woord 'detox' nooit zou gebruiken, omdat deze producten niets giftigs verwijderen in de gevaarlijke zin. Een occasionele hoofdhuidreiniging kan echter nuttig zijn. Sommige mensen stapelen zoveel product op dat het zich ophoopt op zowel haar als hoofdhuid, mogelijk haarzakjes verstopt en een optimale haargroei belemmert. Een snelle ochtenddouche is misschien niet voldoende, vooral in gebieden met hard water waar mineralen reageren met producten en een plakkerig residu vormen. En als je in een sterk vervuild stedelijk gebied woont, kunnen er ook verkeersgerelateerde chemicaliën op je hoofdhuid neerslaan. Prachtig.

Voordat je veel geld uitgeeft aan een duur drankje, stelt Tobin een goedkoper alternatief voor: gebruik een sulfaatvrije shampoo met veel schuim of shampoo twee keer om mineraal- en productophoping af te breken. Want soms is het antwoord geen scrub van 40 euro - het is gewoon je haar twee keer wassen.