Wandelen is een van de grootste geneugten des levens, mits je geen twee jonge kinderen en een slechte rug hebt - in welk geval je het moet doen met plaatsvervangend genieten van mensen die het wel doen. Dat is het dilemma dat deze recensent naar Robert Moors 'On Trails: An Exploration' leidde, in de verwachting van een simpel reisverslag over de Appalachian Trail. In plaats daarvan slingert het boek vrolijk af naar mierenpaadjes, glasvezelkabels, schapen hoeden en het proto-internet dat ingenieur Vannevar Bush in 1945 voor ogen had.
Moors schrijverschap blijkt al uit de proloog, waar een storm hem op een bergkam vastzet en hij mijmert dat 'ontdaan van zijn romantische franje, het wild ophield te inspireren; slechts een dunne sluier scheidde het sublieme van het afgrijzen.' Van daaruit duikt hoofdstuk twee in de fijne nuances van Engelse woorden voor bewegingslijnen, want waarom ook niet? Het boek springt tussen wildpaden, de schade van kolonialisme en een komische anekdote over het kwijtraken van een hele kudde schapen, zonder ooit onsamenhangend te voelen - een bewijs van Moors vaardigheid.
Beginnend met een simpele vraag - hoe is de Appalachian Trail ontstaan? - vertakt 'On Trails' zich in duizend zijstromen, en onderzoekt hoe het concept van paden ons helpt de wereld te begrijpen. Het is verkrijgbaar bij de meeste ebook-winkels, maar de recensie raadt sterk aan om een fysiek exemplaar te kopen bij je lokale onafhankelijke boekhandel of je lokale bibliotheek te steunen.