Als je je zorgen maakte dat historische wreedheden na verloop van tijd hun impact zouden verliezen, vrees dan niet: de nieuwe documentaire Gestolen Baby's is hier om je eraan te herinneren dat institutionele wreedheid een opmerkelijk uithoudingsvermogen heeft. De film van 90 minuten, even meedogenloos als onsentimenteel, opent met een statistiek die zo kaal is dat hij praktisch een hoed nodig heeft: tussen 1949 en 1976 werden in het VK meer dan 250.000 ongehuwde moeders gedwongen hun pasgeborenen af te staan voor adoptie. Dat zijn een kwart miljoen menselijke verhalen, en de staat, religieuze instellingen, zelfbenoemde zedelijke welzijnsorganisaties en de NHS waren maar al te bereid om elke stap te faciliteren.

De cijfers zijn schokkend, maar de details zijn erger. De film vertelt de verhalen van vrouwen die verbannen werden naar moeder- en babytehuizen - instellingen die draaiden op een mengsel van morele superioriteit en twijfelachtige administratie. Een rapport over de 'gedetineerden' snoof dat 'ze zichzelf niet snel als zondaars erkennen', wat nogal ironisch is voor een instelling die later beschuldigd zou worden van, nou ja, het stelen van baby's. Joan Chambers was 14 toen een leraar haar meenam voor een wandeling in het bos. 'Ik vertrouwde hem, echt waar,' zegt ze. 'Ik herinner me alleen de pijn. Ik wist eerlijk gezegd niet wat er gebeurde.'

En voor het geval je dacht dat de wreedheid louter psychologisch was, overweeg dan dit: veel moeders kregen geen pijnstilling tijdens de bevalling, zogenaamd zodat ze 'niet weer een stout meisje zouden zijn.' Want niets zegt morele rehabilitatie als ondraaglijke fysieke pijn. De documentaire laat deze vrouwen aan het woord, en hun getuigenissen zijn even hartverscheurend als essentieel. Gestolen Baby's is een harde herinnering dat het verleden niet zomaar een ander land is - het is er een met een werkelijk verschrikkelijke staat van dienst op het gebied van reproductieve rechtvaardigheid.