Zolang mensen hoofden hebben die aan één kant pijn doen, proberen we het te verhelpen met wisselende gradaties van onzin. De Ebers-papyrus uit 1550 v.Chr. stelde gebakken meerval op de hoofdhuid voor. Galenus, een Romeinse arts die de aandoening 'hemicrania' noemde, beval aderlating aan, want dat was zijn oplossing voor alles. Tegen de 20e eeuw besloten artsen dat migraine werd veroorzaakt door onderdrukte emoties, waarbij ze handig de schuld gaven aan vrouwen – die er veel meer last van hebben dan mannen – omdat ze 'te breekbaar en neurotisch' zouden zijn. Zelfs een paar decennia geleden onderwezen medische scholen de 'vasculaire theorie', die uitzettende en samentrekkende bloedvaten de schuld gaf.

Maar het laatste decennium heeft echte vooruitgang gebracht. We begrijpen migraine nu als neurologische aandoeningen, een subcategorie van hoofdpijn, en we hebben daadwerkelijke behandelingen die daarbij passen. Het grootste probleem blijft een gebrek aan medeleven voor lijders – eeuwenoude stigma's gaan moeilijk weg. Het grootste verschil? We weten eindelijk wat er daarboven aan de hand is.