In een zet die klinkt als de plot van een sci-fi roman geschreven door een natuurkundige met gevoel voor humor, hebben NASA-wetenschappers onder leiding van Paul Stankus van Brookhaven Science Associates een nieuwe methode voorgesteld om zwaartekrachtsgolven te detecteren bij frequenties zo laag dat de hartslag van een luiaard er hectisch uitziet. Het idee? Gebruik kwantummechanische twee-foton interferentie om de kleine, gecoördineerde wiebelingen te meten die passerende zwaartekrachtsgolven veroorzaken in de schijnbare posities van sterren.

De innovatie hier is dat twee ruimtevaartuigen onafhankelijk kunnen opereren, zonder dat ze elkaar over de leegte hoeven toe te schreeuwen met laserverbindingen. Dit vereenvoudigt het hele 'bouwen van een ruimteobservatorium' aanzienlijk. Het beoogde frequentiebereik is micro-Hertz tot nano-Hertz, momenteel een spookstad voor zwaartekrachtsgolfdetectie. Indien succesvol, zou de missie licht kunnen werpen op de vorming van sterrenstelsels en de fysica van superzware zwarte gaten, terwijl het publiek ook iets krijgt om enthousiast over te zijn dat geen celebrity-ruzie is.