Deze snort-luidop Australische komedie is lief, hilarisch - en een verrassend scherpe kijk op mannelijke eenzaamheid en midlifecrisis. Wie is er dan een goede show?!

Telkens wanneer ik een programma bekijk met een dier en besef dat er van mij verwacht wordt een specifieke, voorgeschreven reactie op dat dier te hebben, stuit ik op een muur. Ik noem dat de Cuteness Assumptive Theory: Subjectiviteit in Televisie (afgekort CATSIT). Het komt hierop neer: als het succes van je show afhangt van het feit dat ik je hoofdacteur schattig-wattig vind, heb je al gefaald. We houden allemaal van verschillende dingen.

De theorie geldt evenzeer voor mensen. We kennen allemaal dat moment waarop een of andere inwisselbare hartenbreker een Amerikaanse sitcomscène binnenwandelt. Elk personage verliest zijn verstand, dit is blijkbaar de knapste persoon op aarde, terwijl jij daar zit te denken: 'Hè?' Het gebeurt ook met kindsterren. Casting directors hebben een smal spectrum van kinderen waarvan ze aannemen dat ze een 'awww' bij het publiek zullen opwekken. De reactie die bij mij meestal wordt opgeroepen is: 'Konden ze geen betere acteur vinden?' Ik probeer hier niet aardig gevonden te worden! Hoe dan ook, het was de dierlijke versie die deze week in me opkwam, bij het kijken naar Hondenpark.