De P21 Gallery in Londen organiseert momenteel een fotoserie die eigenlijk een masterclass is in 'hoe bezoekers intense melancholie te bezorgen en ze mogelijk hun levenskeuzes te laten heroverwegen.' Alan Gignoux's zwart-witportretten tonen Palestijnse vluchtelingen naast de huidige staat van de huizen waaruit ze tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 moesten vluchten - wat wil zeggen: meestal puin en stilte, zonder de oorspronkelijke olijven, granen, vijgen, johannesbrood of druiven.

Gignoux's onderwerpen zijn ofwel overlevenden van de Nakba (de massale verdrijving van Palestijnen in 1948) of hun nakomelingen, die nu in vluchtelingenkampen in Jordanië, Libanon, de Westelijke Jordaanoever of Gaza leven. Hij deed elk een plechtige belofte: hun voormalige huizen namens hen te bezoeken en foto's te maken. Het resultaat is een gedetailleerd visueel verslag van wat er in 1948 in verschillende dorpen gebeurde, hoe mensen vertrokken en de generatiegevolgen - want als je je huis verliest, verdwijnt het trauma blijkbaar niet na een paar decennia.

De ooggetuigenverslagen bij de foto's vermelden herhaaldelijk de overvloed die ooit bestond - olijven, granen, vijgen, johannesbrood, druiven - voordat de velden werden platgewalst. Waar leven was, is nu niets dan een stille, met puin bezaaide afgrond. De enorme verliezen lijken in de gezichten van de onderwerpen gegrift, zelfs terwijl ze met trots in de camera kijken. Want niets zegt 'we zijn er nog' zoals het aanstaren van een lens terwijl je voorouderdorp achter je afbrokkelt.