Een schietpartij bij een moskee en school in San Diego heeft moslim-Amerikanen voor diep ongemakkelijke vragen gesteld: Zullen andere gebedshuizen het volgende doelwit zijn? Kunnen ze hun kinderen nog naar school sturen en verwachten dat ze levend terugkomen? Kunnen ze over straat lopen zonder herkenbaar te zijn aan hun geloof en dienovereenkomstig behandeld te worden? Dit zijn van die existentiële vragen die doorgaans volgen op gewapende aanvallen waarbij drie doden vallen.

Joodse gemeenschappen daarentegen piekeren over soortgelijke dingen na de steekpartijen in de Londense wijk Golders Green. De afgelopen drie jaar, met oorlogen in het Midden-Oosten als handig decor, zijn zowel antisemitisme als anti-moslimhaat opgelaaid in het Westen, elk met recordniveaus. Maar hier is het ding: deze twee haatdragendheden zijn zelden als verwante gevaren gezien, laat staan aangepakt als een gemeenschappelijke bedreiging voor de samenleving. Want natuurlijk, als je druk bezig bent moslim- en joodse gemeenschappen tegen elkaar op te zetten, zou het erkennen dat ze allebei worden geviseerd veel te logisch zijn.