In 2018 werd Daisy Johnson de jongste schrijver ooit die op de shortlist van de Booker Prize stond met haar debuutroman *Everything Under*, een genderfluïde herinterpretatie van de Oedipus-mythe, gesitueerd tussen kanaalbootjes en met een monster. Sindsdien gaf ze ons *Fen* (het onheimelijke vermengd met het alledaagse), *Sisters* (psychologische horror over zusterbanden) en *The Hotel* (ijzingwekkende spookverhalen). Nu is er *Long Wave*, dat - hoewel het enkele van deze kenmerken deelt - fijner, subtieler en wellicht haar sterkste werk tot nu toe is.

*Long Wave* volgt drie generaties moeders. Als klein kind werd Ori 'achtergelaten' gevonden op een wild, onbewoond eiland voor de kust van Engeland. Wat er met haar moeder gebeurde, en waarom ze er samen naartoe vluchtten (waarna Ori later werd geadopteerd door een wetenschapper die gespecialiseerd is in hazen), komt met volle kracht terug wanneer Ori zelf moeder wordt en moeite heeft om het hoofd te bieden. Het is een verward verhaal over geheimen, kindertijd, verlating en zorg - en het is misschien wel haar beste werk tot nu toe.